G. v.d. Velde

v. Loghemstraat 67

9731 MD Groningen

Tel. 050-5421794

Tel. mobiel 06-33738606

E-mail: gvdvelde@tiscali.nl

Marcel van der Meide

Menkema's Uiterdijk 7

9981 TM Uithuizen

Tel. 0031-595-432838

Tel. mobiel 0031-6-25272875

E-mail: buckfastameland@online.nl


EILAND BEVRUCHTINGSSTATION AMELAND

Sinds 1987 imkeren we op Ameland met Buckfastbijen. In de jaren 90 hebben we veel hulp gehad van Thomas Ruepell, wat ook terug te vinden is in de pedigrees.
Met toesteming van de Domeinen Rijkswaterstaat en twee natuurorganisaties, Staatsbosbeheer en It Fryske Gea, kunnen we de volken bijna overal op Ameland plaatsen

Bij een bezoek aan Broeder Adam in 1989 hebben wij de situatie zoals die op Ameland bestond met Broeder Adam besproken
Hij was van mening dat we gezien de grote van het eiland zelfs twee verschillende bevruchtings
stations zouden kunnen bedrijven.
Het eiland is van west naar oost bijna 30 kilometer lang, dus mogelijkheden genoeg. Om de zekerheid van de bevruchting te bewaken hebben we tot nu toe één bevruchtingstand aangehouden.
Dit is gezien de hoeveelheid werk ook wel voldoende.

In al deze heerlijke natuur worden door Jan Kienstra en Gosse van der Velde Buckfastbijen gehouden.
De wilg bloeit in het voorjaar op zowel het Oerd als aan de westkant van Ameland. Door de nectar en het stuifmeel dat de bijen verzamelen kunnen de volken zich goed ontwikkelen. Na de wilgenbloei volgt in mei de paardebloem en pas dan komen de volken op redelijke sterkte. In het voorjaar is het vaak goed weer op Ameland. De ontwikkeling van de volken door de bloei van wilg en de paardebloem is nodig omdat na deze bloei Ameland erg arm wordt voor wat betreft drachtplanten. De volken moeten nu een 7 tal weken zien te overbruggen onder vaak slechte omstandigheden (geen of weinig stuifmeel en nectar). Vaak moet er gevoerd worden om de volken enigszins aan de praat te houden.
Eind mei en begin juni komt er weer wat fleur onder de planten. De braam begint op luwe plekken te bloeien en langzaam komen de wilgenroosjes in bloei. Begin juli staat de wilgenroos in volle bloei hetgeen een schitterend gezicht is. Op bepaalde plaatsen kun je door manshoge wilgeroosjesplanten lopen.
Jammer genoeg geeft het wilgenroosje niet altijd voldoende nectar. Als stuifmeelleverancier voldoet deze plant echter wel. De bramen staan nu ook in volle bloei en geven bij goed weer nectar. Wij imkeren met Dadantkasten. In goede jaren is dat geen enkel probleem.

Half mei beginne wij met de teelt van koninginnen. Na eerst de darrenvolken goed te hebben verzorgd, waardoor de broedaanzet van werksters en darren sterk toeneemt, is het verantwoord om te beginnen met de teelt, mits de weeromstandigheden het toelaten. We werken vaak met een moerloos volk waaruit de broedramen zijn weggenomen. In dat volk hangen wij een raam met 45 larfjes. Als alles goed gaat worden er geveer 40 larfjes aangenomen. Wanneer de doppen gesloten zijn worden ze overgehangen in een broedstoof. Onmiddellijk wordt er weer een raam met larfjes in het pleegvolk gehangen. Daarna geven we het volk de moer terug en gebruiken we een ander volk voor de volgende larvenseries.

Over het algemeen winteren we ± 60 koninginnen in op minipluskastjes. Zo'n volkje bestaat damn meestal uit 3 van die kastjes op elkaar (vergelijkbaar met ± 1 spaarkastbroedkamer). Deze volkjes worden gebruikt om in het voorjaar bevruchtingsvolkjes te maken. We nemen 1 raampje met voer en 2 raampjes met broed (alle drie met de daarop zittende bijen) en een raampje met kunstraat. Deze hangen we in een lege mini-plus kast en zetten deze op een bodem waarin we suikerdeeg hebben gedaan om de bijen te voorzien van voer in de dagen dat we de kastjes gesloten houden. Nadat we deze kastjes hebben klaargemaakt, zoals hangen we er een rijpe koninginnencel in. Voordat we de bevruchtingskastjes naar de bevruchtingsstand brengen en openen, controleren wij of de koninginnencellen in de kastjes zijn uitgelopen.
Het voordeel van het gebruik van de
minipluskastjes is, dat we de hoofdvolken niet hoeven plunderen voor de koninginneteelt.
Per jaar worden er ± 300 larven aangezet. Uiteindelijk levert dat tussen de 150 en 200 moeren op. Op de bevruchtingsstand worden de koninginnen al beoordeeld en wordt bepaald of ze blijven of niet. Een gedeelte wordt verkocht en de rest wordt voor eigen teelt aangehouden. De koninginnen die aangehouden worden, en vaak tot bepaalde zustergroepen behoren, worden beoordeeld en al of niet voor verdere teelt gebruikt.

In de loop van het seizoen beoordelen we de koninginnen in de Dadantkasten en ook in de minipluskastjes. In de zomer groeien de volkjes, in de minipluskastjes, uit tot ze zo'n 4, 5 of 6 randen hoog zijn en kan vooral de vruchtbaarheid van de koningin goed beoordeeld worden. Er worden diverse testen gedaan op hygienisch gedrag Wanneer nodig worden er in de loop van het seizoen volken bijgemaakt.
Begin augustus worden de laatste moeren bevrucht. Dan reeds is een begin gemaakt om de miniplus-volkjes te versterken met volkjes waar de koningin uitgehaald is, zodat ze als goede volken de winter in gaan. De hoofdvolken vliegen dan nog op late wilgenroosjes en bramen. Een aantal volken wordt naar het Oerd gebracht om honing te halen op de lamsoor, die dan in volle bloei staat.

Omdat op de eilanden in de herfst nog een redelijke temperatuur hebben, worden de volken pas in september door te voeren "ingewinterd". De volken komen altijd goed door de winter, hetgeen, denken wij, mee te danken is aan de relatief droge zandgrond.
Dan is ook de tijd aangebroken om de administratie ter hand te nemen en de zaken af te wikkelen met de kopers van koninginnen van Ameland en het maken en indienen van de diverse pedigrees bij de verschillende organisaties waarvan het Teeltstation Ameland lid is.

Het is de moeite waard het eiland "AMELAND" eens te bezoeken.

wilt u meer informatie over het eiland Ameland klik dan op ameland/www.ameland.nl

Terug naarHoofdmenu Terug naarHome Page

Laatste wijziging op 10 november 2008