![]() |
<
G. v.d. Velde Marcel van der Meide
v. Loghemstraat 67 9731 MD Groningen Tel. 0031-50-5421794 mobiel 0031-06-20819881 E-mail gvdvelde@tiscali.nl |
Marcel van der Meide
Menkema's Uiterdijk 7 9981 TM Uithuizen Tel. 0031-595-432838 Tel. mobiel 0031-6-25272875 E-mail: buckfastameland@me.com |
Back to Contents Back to Home PageTopical information: Breedingstation Ameland has got with other breeder, in 1998 some ligustica queens from Kangeroe island, with the intention to get new blood in the lines we have.
In 2010 the Breeding Station Ameland will be given into the hands of Mr. Marcel van der Meide.
Marcel van der Meide is the owner of a company specialized in pollination
of plants by honey bees in Uithuizen (in the most northern part of
The Netherlands) on behalf of seed production.
Marcel is a skilled beekeeper and has a lot of experience in queen rearing
because he has to exchange his queens every year The reason to hand over the Breeding Station Ameland at this moment is simple:
I am still in good health and that is the moment to hand it over. In this way I know that the existence of the Breeding Station Ameland is assured
for this moment, and hopefully also for the future. The Breeding Station Ameland is well-known in Europe and it would be a
pity if it disappeared. At this moment queens are delivered throughout Europe
and every year people from other countries ask me to sell to them new queens. For the time being I will assist Marcel with the paperwork and I will advice
beekeepers toorder queens at Marcel’s. I want to thank all those beekeepers who trusted our Breeding Station Ameland
and I hope also that Marcel van der Meide will be trusted as was the case with me.
Best regards,
Gosse van der Velde
AM02173 AM0131 season 2003 season 2004 season 2005/2006 HR178 TR122 Cost Queens Lines from Ameland Droneslines connection Dronesline 2005 Dronesline 2007 Home Page Contents
| Li import 1998 | This is a sistermating. | |||
| I | ||||
| Li ins=2001 | ||||
| I | Li import 1998 | |||
| LiF1=99 | ||||
| TR95175 |
This year we did go on with the ligustica project with a sister copulate (look at the diagram)
Some daughters of the import queen is inseminated with drones of sistergroups.
This selected daughters are by our colleague licenceholder Joost Peschier inseminated. The result was 100%
By this way again our thanks to Joost
The question is now… check and selection.
I hope it will succeed and we can get new blood in our existence
2004
Currently the breeding on Ameland has moved forward as represented in the scheme below ;
| I | ||||||||
This site we are still working on.
Seizoen 2005
Het seizoen is niet zo gelukkig begonnen voor het station Ameland.
In Januari kwamen we tot de ontdekking dat er 50 volken waren verdwenen. De kasten waren er nog maar
de bijen waren weg. Volgens Job van Praagh hadden we te doen met de z.g. verdwijnziekte.
Dit hadden we nog nooit meegemaakt het was wel even schrikken.
Door de ontstane situatie moesten we het seizoen herzien. In eerste instantie besloten we alle akties te
schrappen en zorgen dat we het station in 2005 weer op orde kregen.
Er kwamen veel reakties die ons uiteindelijk hebben doen besluiten de inzendingen van bevruchtingskastjes
door te laten gaan voor 2005.
Eugen Neuhauser heeft ons via Karl Daniels een 14-tal zustervolken toegezegd
Maar dat was makkelijker gezegd dan gedaan, want Eugen woont wel in Oostenrijk. Maar om het kort te houden
Jan Kienstra heeft de volken opgehaald en naar Ameland vervoerd.
Daar hebben ze zich in het voorjaar goed ontwikkeld en waren ze in puike conditie toen de eertse bevruchtingsvolkjes werden aangeboden.
Over de inzending van de bevruchtingsvolkjes waren we zeer tevreden. Er zijn ruim 500 kastjes ingezonden en de
resultaten waren goed te noemen het gemiddelde was 74 procent. Er waren 4 inzenders met 100%.
De inzenders waren erg tevreden en de meesten vonden het voor herhaling vatbaar.
Darrelijn 2007
We hebben zo'n 20 zusters van de B25 (CS) ingewinterd. Dit is een lijn die van Cristian Salau komt en gebruikt
is op het bevruchtingsstation Lautenthal bij Seesen.(Duitsland)
Wij denken dat we hiermee goed materiaal binnen gehaald hebben.Zie ook bij DARRELIJN 2005CS0225= 02-B126(PJ)itq lthl B238PJ : 00-B134(PJ) ins B106(PJ) : 98-B188(PJ) ins B123(PJ) : 96-B172(PJ) ins B16(PJ) :etc
TEELT
De koninginneteelt voor ons zelf is goed verlopen en we hebben weer een groot aantal volken kunnen
inwinteren. Met dit materiaal kunnen we weer bevruchtingsvolkjes opzetten voor de verkoop van koninginnen en koninginnen voor ons zelf.
We hebben ook de zin ,niet wedden op èèn paard, ondervonden doordat we op meerdere plaatsen teeltmateriaal
overwinteren. Zowel op Ameland als op de vaste wal. Zodoende zaten we niet direct zonder teeltkoninginnen.
Onderandere de L0355 viel gelukkig niet onder de slachtoffers en we hebben hiervan dan ook met genoegen van
nageteeld.
Ook hebben we de HR-lijn en de 122- lijn kunnen gebruiken omdat deze ook gespaard zijn gebleven.
Van Thomas Ruppel hebben we ook een HR-lijn gekregen die vanaf 1995 echter anders aangepaard is dan de Ameland HR.
Mooi voor ons telers de verschillende aanparingen met elkaar te verglijken.
We hopen de liefhebbers in 2006 weer te wille te kunnen zijn met het leveren van koninginnen.
Liefhebbers die voor 2006 koninginnen willen bestellen kunnen dit het beste zo spoedig mogelijk doen.
Dit voorkomt teleurstellingen.
LIGUSTICA 2005
Dit jaar zijn we weer verder gegaan met de ligustica. De L55(AM) kwam als beste uit de bus en
daarvan hebben we een groot aantal dochters geteeld. Bij het inwinteren zag het er goed uit.
In 2006 de volken goed testen dan is het misschien een goede darrelijn voor 2007. De bijen zijn heel rustig
maken een goed broednest en zijn goede honinghaalsters.
Seizoen 2006
We zullen in 2006 het station Ameland weer openstellen voor het inzenden van bevruchtingsvolkjes.
We hebben met verschillende imkers gesproken over de manier van inzenden van de kastjes. Velen hadden reeds
goede vervoersmiddelen gecreerd maar er waren toch nog veel losse kastjes. Gelukkig zijn er maar 2 kastjes niet
op de juiste plaats aangekomen. Maar het kan zonder.
De data'svan de openstelling zullen we zo spoedig mogelijk bekent maken maar zullen niet veel verschillen van 2005.
Heeft u nog suggesties laat het ons weten we proberen er dan rekening mee te houden.
Ook opakken we in 2006 de koninginne verkoop weer te hand. Er zullen echter niet zoveel gesecteerde 1 jarige
koninginnen zijn door de toestand van begin 2005. Voor koninginnen van 2006 zullen we naar binnenkomst van de
aanvragen beschikken.
DE bijen zijn ingewinterd en behandeld dus even rust. In de winter nog een behandeling tegen de varroa.
U zult met ons tot ontdekking zijn gekomen dat wil je de varroadruk onder controle houden het alleen behandelen in de winter niet meer voldoende is. Houd uw volken in de gaten.
| B391(NE)= | 04-B391(NE) | x | B374(NE) | : | 03-B391(EN) | x | B1004(NE) | : |
| 01-B391(NE) | x | B129(NE) | : | 00 – B391(NE) | x | B262(NE) | :etc |
Voor je iets inhoudelijks zegt over de lijnen van Ameland moet je een idee hebben wat je eigenlijk wilt.
We werken met veelal ingevoerde lijnen die al wel een aantal jaren oud zijn.
We hebben besloten om van een drietal lijnen uit te gaan. De reden hiervoor is dat het voor hobby-imkers niet te doen is om meerdere lijnen in stand te houden en te bewerken.
Je kunt lijnen "bewaren" door enkele dochters ervan aan te paren en die koninginnen in stand te houden zonder er verder in teeltopzicht iets mee te doen.
We beperken ons dus tot een drietal lijnen
Voordat ik op de lijnen in ga moeten we ons afvragen;
A- Willen we stabiele lijnenStabiele lijnen bestaan uit materiaal dat veelal behoorlijk aan elkaar verwant is en zullen een wat hogere inteeltcoëfficient hebben dan lijnen die geteeld zijn op variatie of vitaliteit.
Lijnen met veel variatie zijn vaak lijnen waar minder inteelt aanwezig is.
Wat is nu belangrijk: Stabiele lijnen of lijnen met veel variatie of lijnen met vitaliteit. Het zijn alle drie belangrijke eigenschappen en de ene kan niet zonder de andere.
Over het algemeen kun je stellen dat darrenvolken stabiel moeten zijn, en duidelijk zoveel mogelijk datgene vererven dat eigenlijk bewaard of bereikt moet worden.
Dan heb je het nog niet over wat je stabiel wilt hebben:
| vruchtbaarheid | Zwermtraagheid | Goede haaldrift | Goedaardige volken enz. |
Meestal is het bij stabiele volken zo, dat een bepaalde eigenschap de boventoon voert (bv. extreme vruchtbaarheid). De kunst is nu om een lijn waarvan je bijv. een wat minder sterke eigenschap wilt verbeteren (en die verder overigens uitstekende andere eigenschappen heeft), aan te paren met een lijn die die beoogde eigenschap stabiel en met een hoog percentage in zich heeft. Op deze manier kun je koninginnen krijgen die voor die bewuste eigenschap als het ware opgepept worden.(heterosis effect) Je kunt darrenvolken op zulke eigenschappen selecteren.
Op een voorbeeld hierover kom ik zo terug.
Lijnen met veel variatie behoeven niet onstabiel te zijn maar de kans daar op is wel aanwezig.
Meestal is dat soort volken wel erg vitaal. Toch kun je niet zonder dit materiaal en het geeft veel selectie mogelijkheden, iets dat uiteraard heel belangrijk is, je hebt het dan immers over de hoeveelheid genen die nog bewaard zijn gebleven. En zo is de cirkel rond.
Je moet uiteindelijk ten behoeve van productievolken tot een mix komen tussen de twee typen.
Hoe meer lijnen je bezit, hoe lastiger wordt uiteindelijk de selectie.
Zoals ik al heb gezegd is dat voor ons soort imkers niet te doen.
Dus beperken wij ons tot drie lijnen (en dat is al moeilijk genoeg) en op dit moment een tweetal stammen die we later in willen kruisen en wel een anatolische en een ligustica.
Als voorbeeld van een lijn die erg stabiel was nemen we de HR178 van Hans Roy. We hebben een stukje raat met eitjes meegekregen van Hans Roy en hebben de de hieruit geteelde koninginnen aangepaard met darren van dochters van de TR137 die dat jaar als darrenvolken fungeerden op Ameland.
Het jaar daarop hebben we de dochters van die aanparing gebruikt als darrenvolken.
Het bleek echterdat deze volken extreem rustig waren en vruchtbaar, maar het waren tegelijk slechte honing halers.
Echter latere nateelten hiervan gaven geweldige honinghalers en voldeden ruimschoots aan de eisen die je mag stellen aan Buckfastvolken.
We hebben geleerd om geen softe volken tegen softe volken te zetten ,tenzij je iets wil bewaren, maar volken die van elkaar verschillen in hun gedrag . Dus of de darrevolken zijn soft of de aan te paren koninginnen stammen af van heel rustige volken. Onder softe volken verstaan we volken die extreem rustig zijn en daarbij soms ook minder vitaal kunnen zijn.
De volken op Ameland zijn aan elkaar verwant op een zodanige wijze dat inteelt wordt vermeden, maar ze hebben elk hun specifieke eigenschappen.
De TR122 had in 1993 nog een verwantschap van 42% met het sahariensis materiaal dat Thomas er in 1986 heeft ingekruist. Dat zou de geweldige honingopbrengst kunnen verklaren die in latere combinaties tot uitdrukking kwam. Ook de wat onrustige raatzit kan zo verklaard worden. Zie verder de beschrijving die broeder Adam geeft over het Sahariensis ras.(Zie heet boek "de Teelt van de Honingbij")
Ook de verwantschap met het Anatolisch materiaal was nog opmerkelijk hoog (49%)
De AM99111 is zo'n lijn die is ontstaan uit de TR122 en heeft nog een verwantschap van 34% met het Anatolisch materiaal, maar is ook nog behoorlijk verwant 48% met de B288 die ook een anatolische lijn is.
Al met al zijn we tot op heden tevreden over de TR122 en de nateelt hiervan.
De TR137 kwam ook van Thomas Ruepel en had als indicaties heel rustig ,vruchtbaar en geweldige honinghaalster. De TR137 had nog 63% verwantschap met de B288, die van oorsprong een anatolische lijn is. De B288 is regelmatig aangepaard en teruggekruist waaruit de huidige AM99139 is ontstaan, vandaar de nog redelijke verwantschap heden, (Anatolisch35% en Athos34%) met een inteeltcoefficient van 0,1936.
Ook laat de lijst zien dat er nog een behoorlijke verwantschap in 1994 was met de T301 (46%).
Je zou hier kunnen spreken van een combinatie van Anatolica x Athos.
De lijn gedraagt zich er ook wel naar. Ze is vitaal en ontwikkelt een groot broednest, beinvloeding van de Anatolica die bij aanparingen met de Buckfastdarren kan ontstaan.Zie ook hier de beschrijving van Broeder Adam in zijn boek "De teelt van de Honingbij". Athosbijen staan ook bekend om hun vruchtbare koninginnen en vooral het vroeg ontwikkelen van de volken in het voorjaar. Voor Nederland is het een geschikte bij omdat wij hier toch vroeg moeten kunnen imkeren. (koolzaad, fruitteelt). Wat dat betreft vullen de twee rassen elkaar goed aan.
De klacht die je nogal eens hoort, dat de invloed van de Athos er voor zorgt dat je veel suiker nodig bent bij het inwinteren, hebben we nooit zo ervaren. We geven de volken, so wie so, ruim 20kg. , afhankelijk van de hoeveelheid die het volk nog in de broedruimte heeft.
Wij huldigen de filosifie dat we liever in het voorjaar voerramen over houden dan dat we de kans lopen dat in januari of februari het voer op is en we allerhande kunstjes uit moet halen om de volken in leven te houden.
Dat wil niet zeggen dat we ervaren dat de TR137 lijn nu veel meer voer nodig is dan andere lijnen
Kortom een lijn waar je plezierig mee kan imkeren.
Over de HR-lijn is al iets gezegd
De HR178 is in 1994 aangepaard met de TR137
Zoals gezegd was die eerste aanparing eigelijk heel rustig x heel rustig wat als resultaat hele grote volken gaf, en erg zachtaardige volken gaf. Een speciale eigenschap die heden ten dage nog aanwezig is, is dat de bijen zich erg gemakkelijk van de raten laten stoten. Maar echter geen honingopbrengst.
De dochters van deze koninginnen waren excelente honinghaalsters. Speciaal de 95-B30(AM) welke is aangepaard op Langenes(in 1995) met de darrenlijn B236(GB) van Gunther Berens.
Op Ameland bestaan nog twee lijnen die van de B30(AM) afstammen + enkele zusters deAM9721 en de TR95175. De B30(AM) is in het jaar 2000 ook in Duitsland gebruikt voor het leveren van sperma voor kunstmatige inseminatie. Al met al een bijzondere lijn.
Ik wil graag nog een lijn aanhalen en dat is de lijn die dit jaar(2001) als darrenlijn dienst doet . Het zijn dochters van de AM968. De moer zelf is er helaas niet meer. De lijn staat nog wat dichter bij de oorspronkelijke TR122 (verwantschap van 60%). Het heeft een inteeltcoëfficient van 0,38 wat het volgens literatuur mede geschikt maakt om als darrenlijn te dienen. Uiteraard moeten ook nog de andere tijpische buckfast-eigenschappen aanwezig zijn, wat ook het geval is.Dit was in het kort de weergave van het teeltstation op Ameland. Wat ons overblijft, is het u toewensen van een goed bijenjaar.(16-03-01)
Dit is nog informatie gegeven in 1996Bij het testen van nakomelingen van diverse lijnen is gebleken dat de nakomelingen van de B7(AM), B31(AM) en B32(AM) goede halers zijn. Dan hebben we het over nakomelingen van een dochter van de B75(AM) x B211(AM) (de B7(AM) resp. dochters (B31(AM) en B32(AM)) van 94-B122(TR) x B137(TR). Ook in het jaar 96 hebben deze volken naar omstandigheden goed gehaald.
Daarbij zijn de nakomelingen van de B7(AM)=93-B75(AM) x B13(TR) iets zwermtrager dan de nakomelingen van de B31(AM) en B32(AM), dochters van 94-B122(TR) x B137(TR).
We hebben het dan over standbevruchte koninginnen. Verder voldoen de volken aan de eisen die men stelt aan Buckfastvolken.
Vooral ruimte geven is ook weer belangrijk gebleken.
href="ameland.htm">Ameland
De B31(AM) heeft als volk geweldig gepresteerd. We testen de raszuivere moeren ook op de vaste wal uit. Hier zijn meer drachten verspreid over het gehele jaar.
Op het koolzaad lag de opbrengst ver boven het gemiddelde van andere volken die op dezelfde plek stonden. In de zomer heeft het bovengemiddeld gepresteerd en ter afsluiting op de watermunt ook geweldig gehaald.
Daarbij had ze geen enkele zwermneiging en was bijzonder rustig. Ook het hygienisch gedrag was perfect.
De koningin is in 1995 in het bezit geweest van de heer Kuperus in Witmarsum. Het bleek achteraf dat de zusters toch een enigzins achter bleven bij haar prestaties. In 1996 is de moer weer naar Ameland terug gekeerd en zijn er vele nakomelingen van geteeld. De nakomelingen uit 95 voldeden aan de eisen die je mag stellen aan standbevruchte koninginnen.
De B122(TR) is van oorsprong een Anatolica die in 1991 met een mix van Sahariensis en Athos is bevrucht. De beinvloeding (vruchtbaarheid en vroege ontwikkeling)is er reeds vanaf 1984. Dit heeft een combinatie gegeven in 1994 waarbij je een aantal Anatolische kenmerken kon waarnemen; zoals zuinig omgaan met voer en broedloos in de winter. (misschien niet zolang als de oorspronkelijke Anatolier maar toch!). De B31(AM) is vanaf 1994 gehuisvest geweest in spaarkasten. Je zou de conclusie mogen trekken dat de beinvloeding van het Athos materiaal niet zo groot meer is als sommige mensen menen te moeten opmerken. Je ziet een redelijke ontwikkeling in het voorjaar maar, niet extreem en het gebruik van voer is niet extreem hoog.
Wilt u meer informatie klik dan op E-mail J.kienstra@tiscali.nl of gvdvelde@tiscali.nl of bel met Jan of Gosse
Back to Contents Terug naar Home Page
Laatste wijziging op 22-october 2010.